Skip to: Situatie in Nederland

Kenniscentrum Phrenos website

Situatie in Nederland

Wat rehabilitatie betreft is Nederland een deltagebied met een paar bekende hoofdstromen, enkele minder bekende zijarmen en vele vertakkingen in de vorm van interventies per levensgebied.  De benaderingen kunnen ingedeeld worden in twee groepen.

Benaderingen die zich op verschillende levensgebieden richten

• Vaardigheidstraining (Liberman-modules)
Cognitieve Adaptatie Training (CAT)
Individuele Rehabilitatiebenadering (IRB)
Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen (SRH)
In Nederland passen onder meer ACT- en F-ACT-teams en instellingen voor beschermd wonen en begeleiding deze benaderingen toe.

Rehabilitatiemethoden die zich richten op één levensgebied

Wonen

Historisch gezien is wonen het eerste aangrijpingspunt van de rehabilitatie in Nederland (Van de Beek e.a., 2007). Niemand twijfelt aan het belang ervan. Toch behoort woonbegeleiding niet tot de evidence-based rehabilitatie-interventies voor de doelgroep. Voor een paar aspecten van woonbegeleiding is er wel enige evidentie (Corrigan e.a., 2008), zoals voor het toepassen van cognitieve adaptatietraining (Stiekema e.a., 2020). In het algemeen zijn keuzemogelijkheden van groot belang en is doorlopende begeleiding noodzakelijk. Verder zijn cliëntkenmerken van invloed. Zo hebben cliënten met een dubbele diagnose vooral in de vroege herstelfasen baat bij meer gestructureerde woonvormen.

Dagbesteding

In de chronologie is dagbesteding het tweede rehabilitatiegebied waarop in Nederland vernieuwingen tot stand kwamen. Het idee was: willen bewoners mee kunnen doen in de samenleving, dan moeten zij iets zinvols om handen hebben. Is het geen betaalde baan dan toch andere bezigheden die hun zelfachting versterken en hen met andere burgers in contact brengen. Er is helaas weinig onderzoek naar dagbesteding gedaan (Michon & Van Weeghel, 2010).

Werken

Arbeidsprogramma’s behoren tot de belangrijkste vernieuwingen voor mensen met ernstige psychische aandoeningen. De laatste jaren verschuift het accent van arbeidstraining en beschut werk, naar begeleiding in en naar reguliere banen. Juist daarvoor bestaat een bewezen effectieve interventie: Individuele Plaatsing en Steun (IPS), ook bekend als Individual Placement and Support; De Winter e.a. 2020).

Leren

Begeleid leren vereist nauwe samenwerking tussen onderwijsinstellingen en de ggz. In Nederland is het vanuit IRB vormgegeven (Korevaar, 2015; Stichting Rehabilitatie ’92, Utrecht Hanzehogeschool Groningen / Lectoraat Rehabilitatie). Zoals IPS toewerkt naar integratie in het gewone arbeidsproces, richt begeleid leren zich vooral op deelname aan het gewone onderwijs. Vanwege het succes van IPS bij begeleiding naar werk, wordt de methode ook steeds vaker ingezet bij ondersteuningsvragen voor onderwijs (IPS-O). De ontwikkeling van het begeleiden van mensen met een opleidingswens blijft zowel internationaal als in Nederland achter. De komende jaren gaat Phrenos in samenwerking met de IPS-programma’s in het land de mogelijkheden hiervan onderzoeken.

Sociale relaties 

De laatste jaren zijn wat sociale relaties betreft twee modules uitgebracht. De eerste module –
‘Omgaan met sociale relaties en intimiteit’ – is van de Stichting Liberman Modules (2004). In deel 1 kunnen de deelnemers vier typen vaardigheden leren voor min of meer oppervlakkige relaties.
• communicatievaardigheden
• aangaan van sociale relaties
• sociale relaties onderhouden
• beslissingen nemen over relaties
In deel 2 leren deelnemers vaardigheden om een intiemere relatie te beginnen en in stand te houden. De tweede module – ‘Uitbreiden en verbeteren van je sociale netwerk’ – is een onderdeel van IRB (Korevaar & Dröes, 2011) en is ontworpen om mensen individueel te helpen hun persoonlijke netwerk te verbeteren (zie ook de website van Stichting Rehabilitatie ’92 en het Lectoraat Rehabilitatie van de Hanzehogeschool). Als de deelnemer nog geen duidelijk doel voor ogen heeft, wordt eerst het sociale netwerk geanalyseerd. Wanneer een wens in een concreet doel is vertaald, brengt de deelnemer samen met de begeleider in kaart welke activiteiten, vaardigheden en hulpbronnen nodig zijn om dat doel te bereiken of te behouden. De volgende stap is dat de deelnemer de benodigde vaardigheden leert, en hulpbronnen verkrijgt en benut. Hiervoor is een vaardigheidsles van IRB geschikt, maar ook de eerder genoemde Liberman-module.

De modules vullen elkaar aan

De twee modules hebben hetzelfde doel, maar kennen ieder een eigen startpunt. De Liberman- module begint bij het leren van ontbrekende vaardigheden. De IRB-module start met het werken aan zelfgekozen doelen. Dit verschil is niet onbelangrijk. Toch zijn de modules eerder complementair dan concurrerend. Zo wordt er in de Liberman-module benadrukt dat het leren van vaardigheden moet aansluiten op de doelen van de deelnemer. In de IRB-module is veel aandacht voor het leren van benodigde vaardigheden om de doelen te bereiken. Bijvoorbeeld met de Liberman-module. Begeleiders kunnen twee modules dus gecombineerd inzetten.

Back To Top