Zorgen om een kind, zijn zelden alleen zorgen om het kind. Toch zijn jeugdhulp en volwassenen ggz nog te vaak gescheiden werelden. 6 pilots onderzochten hoe dat anders kan. Het eerste webinar in de reeks ‘Netwerksamenwerking voor veiligheid thuis’ bracht de lessen samen: wat werkt en wat belemmert?
Er zijn zorgen over een jongen van 12. Met schoolverzuim, zorgelijke contacten met de politie, wat lichte criminaliteit. Eerdere hulppogingen komen niet van de grond. Moeder houdt afstand, van school, van hulpverleners, van iedereen die aanklopt.
Wat op het eerste gezicht een probleem lijkt van de jongen, blijkt bij nader inzien ergens anders te liggen. Er spelen meer problemen in het gezin. De moeder is de sleutel. Alleen, met de reguliere aanpak kom je bij haar niet binnen.
Wat wél werkt: een medewerker van het Crisisinterventieteam (CIT) én een professional vanuit de volwassenen ggz die samen op huisbezoek gaan. Samen aan de deur. Stap voor stap, bezoek na bezoek. Tot er uiteindelijk contact is. En de moeder alsnog in zorg komt. En daarmee, uiteindelijk, ook het kind verder geholpen wordt.
Dit voorval is geen uitzondering. Dit is precies waarvoor de samenwerking tussen jeugdhulp en volwassenen ggz bedoeld is.
Waarom samenwerking hard nodig is

In de praktijk is dat nog lang geen vanzelfsprekendheid. Met financiering van ZonMw startten daarom 6 pilots om de samenwerking te verbeteren. Het Trimbos-instituut, het Verwey-Jonker Instituut, Bureau Anderzoek en de Academische Werkplaats GEZIeN deden overkoepelend onderzoek.
6 pilots, 6 invalshoeken

10 geleerde lessen
Het onderzoeksteam formuleerde 10 lessen over wat de samenwerking bevordert. Aan de basis staat een gedeelde visie: waarom werk je samen, en voor wie? Een gedragen visie die je vastlegt en uitdraagt, juist op momenten dat het stroef loopt. Daarbij is bestuurlijk commitment onmisbaar. Samenwerking raakt niet alleen de werkvloer, maar ook middenmanagement, zorgadministratie, HR en AVG (privacyregels). Alle lagen moeten zijn aangehaakt.
“Dat vraagt om een heldere taak- en rolverdeling en een procesregisseur die het geheel overziet”, vervolgt Knispel. “En om structurele investering in de onderlinge verbinding tussen professionals. Bijvoorbeeld door gezamenlijke trainingen, gedeeld taalgebruik (‘wat verstaan wij eigenlijk onder trauma?’), maar ook via informeel contact. Werken vanuit één locatie blijkt daarin opvallend waardevol. En samenwerken, is een leerproces.”
De webinarreeks ‘Netwerksamenwerking voor veiligheid thuis’ – meld je aan!
Dit webinar was het eerste in een reeks van 5 over netwerksamenwerking bij veiligheid thuis. De webinars zijn bedoeld om inspiratie en kennis te delen en van elkaar te leren. Het volgende webinar is 11 juni. Lees meer over de webinars en meld je aan!
De reeks wordt georganiseerd door Kenniscentrum Phrenos en Movisie, in opdracht van de ministeries van Justitie en Veiligheid en VWS, in het kader van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming.
De reeks sluit aan bij het door het Kenniscentrum Phrenos ontwikkelde Kompas voor netwerksamenwerking (pdf) en ondersteunt organisaties bij de implementatie ervan.Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming is een visie op hoe kind- en gezinsbescherming er over vijf tot tien jaar uit zou moeten zien.
2 hardnekkige belemmeringen
In alle pilots kwamen 2 struikelblokken terug. De eerste is het ontbreken van gedeelde financiering. Jeugdhulp en volwassenen ggz worden betaald vanuit verschillende ‘potten’, en dat maakt structurele samenwerking ingewikkeld. De tweede belemmering is informatiedeling: hoewel pilots hierin stappen hebben gezet, bleef het zoeken naar wat wél mag en kan binnen de AVG (privacywetgeving).
5 aanbevelingen
Het onderzoek sluit af met 5 aanbevelingen. Erken dat samenwerking complex is, maar dat er mogelijkheden zijn, zoals de pilots aantonen. Werk aan een meerjarenplanning in plaats van steeds opnieuw van pilot naar pilot te gaan. Breng beter in beeld wat mag en kan rondom het delen van gegevens. Achterhaal de financiële baten op lange termijn: wat levert vroege, gezinsgerichte samenwerking op gedurende de hele levensloop? En bedenk: kleine stappen kunnen al veel betekenen.
Samenwerken als 1 team loont
Carmen Kaptijn, gedragswetenschapper bij het Crisisinterventieteam (CIT) in de regio Haaglanden, herkent de aanbevelingen. In haar pilot sloot een volwassenen ggz-professional aan bij het CIT. “Ze zijn onderdeel van ons team geworden”, vertelt Carmen. “Ze gingen samen op pad. Dat gezinsgerichte, systemische werken, was voor ons echt de enorme meerwaarde.”
Het begin was niet zonder hobbels. Verschillende organisaties hebben verschillende werkwijzen, verschillende gewoonten. “We hebben elkaar echt moeten vinden. Elkaar en elkaars werkwijzen en perspectieven leren kennen. Door elkaar te durven bevragen. Bijvoorbeeld: waarom ga je nu de huisarts bellen? Moet je dat niet eerst met de ouders bespreken? Die verschillen overbruggen, kost tijd. Maar naarmate je elkaar beter leert kennen, groeit ook het begrip. Daar is vanuit de organisatie wel ruimte en tijd voor nodig.”
Sneu einde
En dan, de pilot was succesvol, het team was tevreden. En toch kon de samenwerking niet op deze manier doorgaan. “Het bleek te ingewikkeld om de financiering rond te krijgen voor structurele samenwerking, waardoor de afstand tussen de partners weer toenam. Bij sommige casussen zeggen we weleens tegen elkaar: konden we nu maar weer gewoon samen op pad.”
Carmens boodschap aan beleidsmakers en financiers is daarom duidelijk: zoek naar manieren om de samenwerking structureel vorm te geven. “Wij hebben het als team, en ik weet de gezinnen ook, echt als heel positief ervaren.”
Vergrootglas niet alleen op kind

Kind van de rekening
Ervaringsdeskundig ggz-professional Lorette van der Werf heeft een soortgelijke ervaring.
“Eén van mijn ouders droeg ernstige psychopathie met zich mee. En ik denk nog vaak: was de beschikbare hulp maar zo veilig voor hem geweest dat hij hulp had kunnen vragen”, zegt Lorette. Maar zo liep het niet. “Mijn opvoeders droegen alleen samen de stoornis en de daaruit voortkomende kindermishandeling.” Ook Lorette kreeg het vergrootglas op zich, maar was eigenlijk het kind die de patronen van het gezin blootlegde, vertelt ze. “Dat vergrootglas had met warmte op ons allemaal gericht kunnen worden, om onderliggende communicerende vaten te zien die bijdroegen aan de ongezondheid in ons gezin.”
Samen het mooiste geheel
“De kring van echt, oprecht steunende zorg, waar jeugdhulp en ggz liefdevol hand in hand gaan, is van harte welkom. Dat vraagt om verbinden en samen willen doen. Waar ego geen plaats heeft en angst niet nodig is. Ontschotten, afstand verkleinen en samen als één team functioneren met alle zorglagen rond een ouder en kind en liefst het hele gezin. Het zou mijn ideaal zijn als zicht en expertise gedeeld worden. Alle perspectieven samen, maken tenslotte het mooiste geheel.”
Lorette vertelde dit in een speech na afloop van de pilots. Lees hier haar volledige betoog (pdf)
Grote ambitie, kleine stappen
Dit eerste webinar laat zien dat de samenwerking tussen jeugdhulp en volwassenen ggz geen utopie is. De 6 pilots tonen aan dat het kan, in vele vormen, van laagdrempelig afstemmen tot volledig geïntegreerd werken als één team. Zelfs de meest eenvoudige vormen van contact kunnen al merkbaar verschil maken voor gezinnen.
Daarom: zoek elkaar op, sta open voor elkaars werkwijze en expertise. Gesteund door bestuurders en management met een meerjarenvisie en hopelijk structurele financiering maken we samen het verschil.
Handreiking: Verbinden, veranderen, verankeren
Er zijn zes pilots opgezet om de samenwerking tussen de volwassenen-ggz en de jeugdhulp te verbeteren. Deze pilots werken allemaal op eigen wijze aan samenwerking tussen deze domeinen. Het onderzoek naar de 6 pilots is gedaan door het Verwey-Jonker Instituut, Trimbos-instituut, Bureau Anderzoek en de Academische Werkplaats GeZien met steun van ZonMw.
Lees de Handreiking Verbinden, veranderen verankeren op de website van Trimbos-instituut
