Kenniscentrum Phrenos website

Durf en een lange adem: hoe Leviaan de netwerkintake heeft geadopteerd

Leviaan gebruikt de netwerkintake ook bij mensen met onbegrepen gedrag. Wat is ervoor nodig om de netwerkintake binnen de organisatie te implementeren? Charlotte Schaap, projectleider bij Leviaan, vertelt wat er nodig is om dit te bereiken. Een mooi voorbeeld voor andere organisaties: als inspiratie en om van te leren. 

Charlotte Schaap, projectleider bij Leviaan

De netwerkintake gebeurt tijdens de start van de ggz-behandeling of kan op een later moment worden ingezet. Hierbij wordt er niet alleen naar klachten gekeken, maar ook juist naar de wensen, mogelijkheden, persoonlijke doelen en welke steun nodig is en van wie. De netwerkintake nodigt uit om verder te kijken dan symptomen alleen: naar het hele netwerk rondom de patiënt én naar de problemen vanuit meerdere perspectieven.

Interview Charlotte Schaap, projectleider bij Leviaan:

Wat is voorafgegaan aan het starten met de netwerkintake?

Drie jaar geleden hebben we meegedaan aan het Doorbraakproject netwerkpsychiatrie (van Phrenos), samen met Parnassia omdat we hetzelfde gebied bedienen. Leviaan was toen met drie teams gestart en Parnassia had alle teams getraind. In het Doorbraakproject lag de focus vooral op de samenwerkingsgroepen, waar we in een pilot mee aan de slag zijn gegaan. Het was toen de bedoeling om met de netwerkintake te starten. Daarvoor hebben we later, zo’n 1,5 tot 2 jaar geleden, een projectplan geschreven. Nu hebben we gezegd: alle cliënten die we in zorg nemen starten met de netwerkintake, tenzij de Yucelmethode of de ‘vier vragen van Jim van Os’ passender zijn. Deze twee methoden gebruikten we al en ze gaan, net als de netwerkintake, meer uit van het verhaal van de cliënt. De netwerkintake past bij onze herstelondersteunende aanpak: mensen zijn onderdeel van hun omgeving en alles is met elkaar in interactie. In tegenstelling tot het huidige, gefragmenteerde systeem waarin je voor elk stukje ergens anders moet zijn. 

De netwerkintake past bij onze visie op netwerkzorg: mensen zijn onderdeel van hun omgeving en alles staat met elkaar in interactie.

Waarom kozen jullie voor de netwerkintake en waar kwam die overtuiging vandaan? 

We hebben hier samen met onze eigen trainers werksessies over gehouden: hoe kijken we naar de netwerkintake en wat vinden we ervan? Zoals gezegd gebruikten we al de Yucelmethode of 4 vragen van Jim van Os, dus het werd: ‘de netwerkintake, tenzij…’, zodat we maatwerk konden blijven bieden. Tegelijk liep het ECD-project (elektronisch cliëntendossier), dat toe was aan vernieuwing. Beide trajecten dwongen ons na te denken over hoe we nu werken en hoe we dat de komende tien jaar willen doen. Daarom hebben we samen met trainers, beleid, ervaringsdeskundigen en de pilotteams onderzocht wat de netwerkintake in de praktijk oplevert. Wat vooral opviel, is dat de netwerkintake het gesprek gelijkwaardiger maakt doordat het verhaal van de cliënt centraal staat. Via de gezamenlijke tekening maakt het in één oogopslag zichtbaar welke omgevingsfactoren meespelen.

Ook helpt de netwerkintake om focus aan te brengen door het aantal doelen te beperken. Wat soms voor medewerkers lastig is in het gebruik van de netwerkintake is de afstemming met casemanagers, wijkteams en de gemeente. Daar moet je elkaar goed in vinden en in mee blijven nemen.

Zelf aan de slag?

Wil je zelf aan de slag met de netwerkintake en netwerkzorg? In de Toolkit netwerkzorg vind je een verzameling van materialen die je kunt gebruiken: over de netwerkintake, resourcegroepen en domeinoverstijgende samenwerking. Aanvullingen zijn welkom!  Bekijk de Toolkit netwerkzorg op deze website

Hoe maken jullie de netwerkintake vast onderdeel van de organisatie en werkwijze van medewerkers? 

Het is nog steeds een proces en vraagt een lange adem. We zijn gestart met pilotteams, waarbij bij elk team een aandachtsfunctionaris werd vrijgesteld om te begeleiden en te coachen. Medewerkers konden de netwerkintake met een collega uitvoeren om van elkaar te leren. Ook hebben methodiekondersteuners een training over de netwerkintake ontwikkeld. Deze training is inmiddels standaard opgenomen in ons trainingsaanbod en wordt aangeboden aan alle persoonlijk begeleiders die verantwoordelijk zijn voor het begeleidingsplan. Zij krijgen ook coachingsmomenten met ervaren aandachtsfunctionarissen uit de eerdere pilotteams en trainers. Vanaf 2026 is het nieuwe ECD actief. Dit systeem faciliteert begeleiders om de netwerkintake toe te passen in hun werk doordat het uitnodigt om te starten vanuit deze methode. Daarnaast gebruiken we de infographic over de stappen binnen netwerkzorg (pdf) van Phrenos en delen deze ook met samenwerkingspartners. Zo wordt op alle niveaus bekeken wat nodig is aan communicatie.  

Speelt het spreken van een gemeenschappelijke taal een rol bij het gebruik van de netwerkintake? 

Ja zeker. Samenwerkingspartners omarmen de visie en iedereen is het eens met de uitgangspunten van de netwerkintake, maar de concrete uitwerking in de praktijk blijft lastig. Bijvoorbeeld wanneer een opdrachtgever of financier vanuit een ondersteuningsplan een bepaald aantal uur indiceert, gebruiken we deze voorinformatie uit dit plan om een netwerkintake te maken. Je vliegt het dan op een andere manier aan en daar moet je elkaar in blijven vinden en blijven afstemmen. Zeker bij nieuwe zorgpartijen of wisselende beschikbaarheid van mensen. Het is soms zoeken wie wat doet als er een nieuwe zorgpartij bijkomt: wordt de hele netwerkintake dan overgenomen of voert iedereen een stuk uit? 

Samenwerkingspartners omarmen de visie en iedereen is het eens met de uitgangspunten van de netwerkintake, maar de concrete uitwerking in de praktijk blijft lastig.

Hoe gaan jullie om met dit soort vragen? 

Dit bespreken we bijvoorbeeld in het leernetwerk Netwerkzorg mentaal van Phrenos.  Bij zorgbemiddeling wordt gevraagd of er al een netwerkintake is afgenomen. Als dat zo is, neemt de begeleider dit mee of bespreekt het in een samenwerkingsgroepoverleg. Het blijft maatwerk en zoeken. Een belangrijk kantelpunt was dat we eerder werkten met leefgebieden (een vaste indeling van aspecten, zoals wonen en werk, die in beeld werden gebracht bij de cliënt) en deze in het nieuwe ECD hebben geschrapt. Dat was spannend voor medewerkers, want het gaf een soort houvast en structuur. Dus dat loslaten en meer vertrouwen op ervaringskennis vraagt ook iets anders van hen. 

Hoe verloopt dit vertrouwen van medewerkers in het werken met ervaringskennis en het toepassen van de netwerkintake? 

Dat hangt vooral af van de medewerker zelf en hun voorkeursstijl van leren en werken. Pas met het nieuwe ECD kunnen we echt zien hoeveel netwerkintakes worden toegepast. We hebben wel een startmoment georganiseerd voor alle medewerkers; over netwerkzorg en de netwerkintake. Tijdens de startmomenten hebben we ook een filmpje gedeeld van een cliënt die al langere tijd werd geholpen door netwerkzorg. Dat heeft ook goed geholpen in het enthousiasmeren van medewerkers. Ook hebben we na de start medewerkers de opdracht meegegeven om bij de eerstvolgende evaluatie of assessment van de doelen met de cliënt een netwerkintake af te nemen. Maar we hebben nog niet zo’n zicht in de mate waarin dit is opgepakt.  

Waar valt nog winst te behalen in het gebruik van de netwerkintake in de praktijk? 

Mensen zijn getraind en dat is mooi, maar het moet in de praktijk gaan gebeuren. Dat vraagt van medewerkers meer op de handen zitten, niet te snel met oplossingen komen en continu bespreken wat hun eigen wereldbeeld is en dat van de cliënt. Bijvoorbeeld in casuïstiek en intervisie. Hiervoor is het nodig om de netwerkintake eigen te maken, dit uit te proberen en hiervan te leren. Daarnaast zien woonbegeleiders cliënten vaak vaker, maar zij hebben alleen een startmoment van de netwerkintake gevolgd en geen training gehad; een training afgestemd op hun functie zou helpen.  

Bij een cliënt in een crisis zijn andere acties misschien passender. Je doet de netwerkintake ook sneller als degene meer in een rustigere fase zit.

Vraagtekens blijven over de toepassing van de netwerkintake bij cliënten met bemoeizorg, waar je vooral bezig bent om in contact te komen. Dat is moeilijk omdat cliënten vaak in een kwetsbare periode zitten. Toen we nog met de leefgebieden werkten, wachtte je bij deze cliënten met bemoeizorg overigens ook eerst met het invullen van de intake, tot er voldoende vertrouwen was opgebouwd. Op dezelfde manier kan de netwerkintake ook op een later moment worden gedaan. Bij een cliënt in een crisis zijn andere acties misschien passender. Je doet de netwerkintake ook sneller als degene meer in een rustigere fase zit. Ook bij specifieke groepen, zoals mensen die lijden aan het syndroom van Korsakov, is het nog zoeken hoe je een netwerkintake goed invult en wie daarin kan ondersteunen. Verder is een idee om die cliënt, die zijn ervaring had gedeeld, te koppelen aan andere cliënten die via hun begeleider over de netwerkintake horen, zodat zij elkaar kunnen empoweren. Dat vind ik erg belangrijk. We hebben het over de medewerkers, maar wat betekent het voor cliënten om een gesprek te voeren waar zij meer podium krijgen om hun verhaal te doen? 

Hoe zorgen jullie dat de netwerkintake straks blijvend kan worden ingezet? 

Zorgcoaches zijn twee keer getraind om teams te begeleiden bij het uitvoeren van netwerkzorg. Zorgcoaches zijn verantwoordelijk voor de teamondersteuning op kwaliteit van zorg. Ook voeren aandachtsfunctionarissen in de huidige fase gesprekken met alle teams om ervaringen te bespreken en te ondersteunen. Dat het ECD hierop is ingericht, is ook zeker een voordeel waarvan ik denk dat andere organisaties dat niet hebben. Het is mooi dat de aandachtsfunctionarissen hebben meegedacht over hoe dit eruit kon zien en hun ervaringen hierin hebben gebracht. Zij dragen ook bij aan trainingen in het ECD, zodat netwerkzorg op meerdere manieren wordt gefaciliteerd. Belangrijk is daarnaast vertrouwen in medewerkers en duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden en regie richting de cliënt.   

Zijn er tot slot nog dingen die je echt aan andere teams zou willen meegeven die dit willen gaan inzetten of verder willen inbedden? 

Dat het toch trial and error is, experimenteren en doen en gaan. Ik vind het heel mooi dat het je dwingt in die gelijkwaardigheid te gaan zitten en samen die tekening te maken. In de plaats van achter de computer zitten en dat het vraaggestuurd is: dat geeft al een bepaalde machtsverhouding. Dus ga aan de slag, durf te experimenteren en heb een lange adem. 

Meer informatie

X

Nieuwsbrief Phrenos

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen, webinars en trainingen? Meld je aan voor de nieuwsbrief

Back To Top